Prinses Margriet kreeg bij haar bezoek maandag aan de fototentoonstelling op de Canadese militaire begraafplaats in Groesbeek zes uiteenlopende verhalen te horen over zes daar begraven Canadezen. Die verhalen hadden echter twee dingen gemeen. De betrokkenen waren tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland terecht komen en waren in de strijd of door noodlottig toeval om het leven gekomen.

Op de website van de stichting 'Faces to graves' zijn de levensverhalen van deze zes, en van nog zo'n 400 anderen terug te lezen. Bijzondere verhalen, gewone verhalen, verhalen met een trieste afloop – gedood in het gevecht, maar ook verdronken in het kanaal na een avondje stappen of overreden tijdens het slapen in het hoge gras of bij het fietsen in de nacht. </p In het kader van de Dodenherdenking is het goed stil te staan bij de levens van hen die hun leven ervoor over hadden om het verre, onbekende West-Europa te bevrijden.
Van deze zes soldaten hoorde prinses Margriet de levensgeschiedenis.

William C. Brown (9 okt 1915- 8 dec 1945)
Hij werd door zijn kameraden 'Brownie' genoemd, was een Canadees met een ouder uit de Bahamas, die in oktober 1944 de 'Distinguished Conduct Medal' verdiende vanwege koelbloedig handelen bij de strijd rond Woensdrecht en de Oosterschelde. Daarna werd zijn eenheid overgeplaatst naar de grensstreek.
Voorafgaand aan de volgende opdracht kreeg Brown op 8 december 1944 toestemming 's avonds vanuit Grave even op en neer te fietssen naar Oss te fietsen om wat spullen op te halen bij een familie waar hij eerder was ondergebracht. Op de onverlichte weg en op zijn onverlichte fiets werd hij 45 minuten na vertrek door een Canadese legertruck dood gereden. Het was een fataal ongeluk, waaraan niemand schuld had bepaalde de militaire rechtbank later.

Stuart Drummond (7 okt 1921 – 19 feb 1945)
Hij kwam begin 1945 als lid van het Essex Scottish Regiment naar Groesbeek. Hij nam deel aan 'Operatie Veritable' waarin de geallieerden het land tussen Maas en Rijn en de gehele westelijke oever van de Rijn in handen probeerden te krijgen, om daarna door te stoten naar het Ruhr-gebied. De strijd was hevig en op 19 februari 1945 liet 'private' Stuart Drummond aan de Duitse kant van de grens het leven. Van zijn regiment ligge maar liefst 142 militairen begraven in Groesbeek. De begraafplaats heeft mede deze plek gekregen omdat het uitkijkt over Duitsland en het voormalige slagveld.

John Ralph Hooper (6 jan 1916- 26 jan 1945)
Over deze 'lance corporal' is minder bekend. Hij kwam in 1942 in dienst en diende precies 939 dagen in het leger toen hij sneuvelde door een hoofdwond. Hij kreeg eerst een tijdelijk graf bij Den Bosch en later werd hij begraven in Groesbeek.

Herbert 'Herbie' Dixon Stitt ( 1 dec 1921 – 17 apr 1945)
Een avontuurlijke, maar soms ongedurige soldaat was Stitt aanvankelijk. Hij had moeite met de strakke militaire regels en discipline, en in totaal werd 76 dagen soldij ingehouden als straf. Maar Stitt bleek vindingrijk en werkte hard toen het erop aankwam. Hij werd eind 1943 ingezet in Italië, en kwam met zijn tankeenheid via Frankrijk en België in april 1945 in Nederland terecht.
Op 16 april raakte hij betrokken bij hevige gevechten bij het zuiveren van Otterlo, waarbij de inmiddels korporaal geworden Stitt zich onderscheidde door vanuit zijn tank vanuit de open luik het geschut te bedienen. Hij kreeg daarvoor de volgende dag de 'Distinguished Conduct Medal'.
Moe van alle inspanningen besloot hij een dutje te doen in het hoge gras achter de kerk in Andelst. Daar werd hij overreden door een net op die plek kerende tankwagen. De chauffeur had hem niet gezien. 'Heel triest' merkte prinses Margriet op na het horen van het verhaal.

Aubrey Cosens (21 mei 1921 – 26 feb 1945)
Deze Canadees kwam in juli 1944 aan in Normandië en werd in relatief korte tijd bevorderd tot korporaal en daarna tot sergeant. Hij vocht met zijn eenheid in Frankrijk en was daarna betrokken bij de strijd rond de Schelde. Vervolgens kwam hij bij Nijmegen terecht en daarna net over de grens in Duitsland bij de eerder al genoemde 'Operatie Veritable'.
Cosens onderscheidde zich bij een actie tegen drie zwaar bewapende boerderijen bij Mooshof, waar hij meer dan twintig Duitsers uitschakelde en nog zo'n aantal gevangen maakte. Een sluipschuiter kreeg Cosens in het vizier en doodde hem aan het einde van de actie. Cosens ontving postuum het Victoria Cross – de hoogste militaire onderscheiding, als één van zestien Canadezen die deze onderscheiding kregen.

Martin Victor Shields (23 sep 1920 – 7 jul 1945)
Ook deze militair stierf niet door een vijandelijke handeling. Integendeel. Shields kwam twee maanden na het einde van de strijd om het leven door verdrinking in het Merwedekanaal na een dansavond van zijn regiment. Als seingever had hij vanaf november 1943 vanuit Italië de opmars van de geallieerden meegemaakt en via Frankrijk was hij in maart 1945 met de Eerste Canadese Infanterie Divisie in Nederland terecht gekomen.
Op de begraafplaats zijn tientallen van zulke ontroerende, schokkende maar ook eenvoudige verhalen te vinden.
© RB Hans Jacobs