'We hebben het Koninklijk Paleis Amsterdam opnieuw omgetoverd tot een Paleis voor Schone Kunsten. Tot een ‘kulturhus’ waarin vijftien jonge kunstenaars die in Nederland wonen en werken, u meenemen naar hun artistieke wereld.'
Dat zei koning Willem-Alexander donderdagmiddag bij de uitreiking van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.
'De Koninklijke Prijs is een aanmoedigingsprijs voor aanstormend talent. Een prijs waarbij de lat behoorlijk hoog ligt. Dit jaar meldden zich 483 kunstenaars aan. Drie procent van hen overleefde de selectieronden en mag zijn werk hier presenteren. Onder hen de drie winnaars', aldus de koning.
'Ik ben er trots op dat deze traditie al zo lang bestaat. Zij is ingesteld door koning Willem III, in 1871. Het was een periode vol baanbrekende vernieuwingen, waarin onder andere de telefoon, de gloeilamp, de typemachine, de benzineauto en de spijkerbroek werden uitgevonden', vervolgde hij zijn toespraak.
'Het is elke keer weer spannend om te zien hoe jonge kunstenaars hun eigen weg zoeken en hun individuele signatuur proberen te vinden. Eigenheid, autonomie, vernieuwing; het zijn belangrijke waarden in de kunst. Waarden die op de academies vanzelfsprekend veel accent krijgen.'
'Maar náást die fascinatie voor het nieuwe is het net zo spannend om te merken hoe jonge kunstenaars zich laten inspireren door het oude. Door de techniek van grote voorgangers. Door beelden en symbolen die van generatie op generatie worden doorgegeven. En door de schijnbare eenvoud die te vinden is in de natuur, van een boom, een grasveld of een wolkenlucht weerspiegeld in het water.'
De drie winnaars zijn Faria van Creij-Callender, Shivangi Kalra en Tobias Thaens.
© RB; Bron: RVD; Beeld: © RB